Het Leven en werk van Hadewijch van Antwerpen

 

Hadewijch van Antwerpen, zoals zij internationaal bekendstaat, is de eerste vrouwelijke dichter en mystieke schrijfster in de geschiedenis van de Nederlandstalige en Belgische literatuur. Ondanks dat er op persoonlijk vlak weinig over haar te vinden is, wordt aangenomen dat zij een bijzondere vrouw was met grote poëtische en muzikale talenten, en met spiritueel mystieke diepgang.

Dit mozaïek is gemaakt door Henk Hilterman (1989) en bevindt zich in de Kathedrale Basiliek Sint-Bavo in Haarlem.

Aan het eind van de twaalfde eeuw ontstond er in West-Europa een ware vrouwenbeweging waarbij vrouwen in kleine, onafhankelijke gemeenschappen gingen leven. Deze zelfstandige vrouwen kozen voor een leven van eenvoud, kuisheid en geestelijk evangelische onthechting. Ze werden 'mulieres religiosae' genoemd, wat vrij vertaald vrome vrouwen betekent. Hadewijch had het niet zo op met de regels van de kloosterorden en werd voorloper in een kleine vrouwengroep.

Ze had contact met een internationale groep van gelijkgestemde mannen en vrouwen, waaronder de bekende Hildegard von Bingen. Later rond de 14e eeuw, groeiden deze vrouwenbewegingen uit en werden begijnen genoemd.

Tegelijkertijd ontwikkelde zich in deze periode een sterke, en al dan niet christelijke vorm van spiritualiteit. Deze was meer gericht op de persoonlijke ervaringsbeleving, met Gods Liefde als centraal thema.  Het is betreurenswaardig dat er nauwelijks historische bronnen over het leven van Hadewijch bekend zijn. Daardoor blijft zij als persoon de grote onbekende, literaire en mystieke vrouw uit de Middeleeuwen. De werken waar zij bekend om staat zijn haar visioenen, liederen, brieven en rijmbrieven.

Deze onbekende Hadewijch schreef niet in het Latijn of Frans maar in het Diets, een Brabantse variant van het Middelnederlands. Het is dus niet onwaarschijnlijk dat ze uit deze regio kwam, welke toen de provincies Noord-, Vlaams- en Waals-Brabant omvatte, evenals Antwerpen.

Hadewijch schijnt een intelligente vrouw te zijn geweest met deskundige kennis over Latijnse teksten uit de mystieke literatuur, en kennis van belangrijke theologen in haar tijd. Ze was ook een muzikaal talent, en maakte haar liederen op de toen bekende melodieën van Noord-Franse minnezangers.

In een aanhangsel bij haar visioenen, is een lijst van 'volmaakten die het kleed der minne dragen' gevonden. Deze lijst spreekt van begijnen uit haar tijd, die veroordeeld waren tot ketterij en op de brandstapel zijn omgebracht. Volgens Hadewijch zijn deze begijnen volledig in Gods Liefde opgenomen.

Hadewijch staat duidelijk voor vrouwelijke vrijheid en vrijheid in het algemeen, zoals beschreven in één van haar brieven, waaronder deze passage; 'Door een regel te onderhouden bekommert men zich om veel dingen waarvan men vrij zou kunnen zijn, en dat is een dwaling van de rede. Een geest die van goede wil is, leeft inwendig op een manier die schoner is dan wat alle regels samen zouden kunnen uitdenken.'

Hadewijchs uitzonderlijke taalgevoel blijkt wel uit haar mystieke poëzie waarmee zij de eerste dichteres is. En mogelijk was ze ook de enige vrouw die haar mystieke ervaringen en opvattingen bezong.

Boek - Hadewijchs 1e strofische gedicht, lied: Ay al es nu die winter cout / cort die daghe / ende die nachte langhe. Bron: Universiteitsbibliotheek UGent

Haar stijl bevat vele overeenkomsten met de liederen van de troubadours uit die tijd. Haar liederen verwezen altijd naar een tafereel uit de natuur, wat volledig in harmonie was met het uitdragen van het lied. Hadewijch verwijst hiermee duidelijk naar haar attentie voor de jaargetijden in de natuur. Daarbij moeten we echter wel bedenken dat het nieuwe jaar in de Middeleeuwen niet in januari was, maar op de 1e of 25e van maart. Dit was naar het beeld van de Maria Boodschap of Pasen.

Haar mystiek is dan ook vooral een mystieke ervaring en geen dogmatische verhandeling. Hadewijchs mystieke opvattingen zijn eigenlijk nauw verwant met die van de school van mysticus Meister Eckhart. Naast haar vele talenten hield Hadewijch ook van kunst. Het poëtische talent, passie en mystieke uiting maakte haar tevens tot inspirerende vrouw voor vele kunstenaars in de Middeleeuwen én de moderne tijd.

Een begrip dat steeds opnieuw terugkeert in de poëzie van Hadewijch is de minne. De minne is de mystieke liefde, de liefde en de ervaring van God als een God van liefde, en van God zelf. Ofwel, de natuur der liefde is sterker dan alle andere krachten. Opvallend aan de liederen is de zinnelijkheid ervan, waarbij de liefde voor God en het verlangen één zijn, en op sensuele wijze is beschreven.

Er doen zich rondom Hadewijchs persoonlijkheid vele verhalen de ronde. Zo zou ze geen echt vrouwmens zijn, maar meer een mythologisch figuur. En dit maakt het nog raadselachtiger wie Hadewijch nu eigenlijk was. Temeer er ook niets op wijst dat zij haar verblijf in begijnhoven had. Vanwege het steeds veranderende en verplaatsende karakter, wordt zij ook wel 'de dolende door het land' genoemd. Uiteindelijk is er dus bar weinig bekend over deze inspirerende vrouw, en zelfs haar naam blijkt niet zeker…

De naam Hadewijch betekent hadu, ofwel strijdster, en stamt uit het oud Germaans. Mythologie of niet, toepasselijk is het in ieder geval wel. De gestreden strijd voor de vrije, spirituele en mystieke beleving van de vrouw, is heden ten dage een feit!