Het werk en leven van Hildegard von Bingen

Moedergodin

 

Bij veel vrouwen bestaat er een levendige gedachte over het bestaan en zelfs het ontstaan van een moedergodin. De moedergodin vertegenwoordigt het typisch vrouwelijke aspect dat ons allen op deze aarde voedt en de vrouw in het bijzonder heeft voorzien van extra eigenschappen die de vrouw ook duidelijk onderscheid van de man. Een moedergodin kan bestaan uit een diversiteit aan vrouwelijke symbolen. Van het creatieve proces tot de scheppingskunst, het geven van geboorte, het bezitten van vruchtbaarheid, de seksuele samensmelting, de verzorgende schoonheid, de opvoeding en de levenscyclus.

Tegenwoordig wordt de opvatting van een moedergodin niet alleen maar vanuit wetenschappelijk perspectief benadert, maar vooral ook vanuit het algemene gevoel dat in grote mate aan populariteit voor dit fenomeen heeft bijgedragen. Zo kennen we vanuit de oudheid, de godinnenbeweging afkomstig uit diverse culturen en spirituele stromingen. De samenlevingen bestonden daarbij voornamelijk in de matriarchale vorm, waarin vrouwen en de vrouwelijke cultuur domineren. Ondanks dat er in diverse theorieën sprake is van dit gegeven, wordt een volledig en zuiver matriarchaat vanuit modern onderzoek alsnog onwaarschijnlijk geacht.

In de oudheid lopen mythologie en prehistorische geschiedverhalen echter door elkaar heen. In beide gevallen is er echter wel degelijk sprake van aanbidding van een soevereine en verzorgende moedergodin. Op dit fenomeen kan vanwege de 19e-eeuwse unilineaire evolutie ideologie worden voortgeborduurd. Deze ideologie, afkomstig van de Zwitserse rechtshistoricus, antropoloog en antiquair Johann Jakob Bachofen, was gebaseerd op een universeel geldende richting van culturele evolutie. Deze leidt naar een steeds complexere en geavanceerdere samenleving waarnaar alle samenlevingen zich vervolgens ontwikkelen. Het belangrijkste werk van Bachofen op dit onderwerp is opgetekend in het boek 'Het Moederrecht' uit 1861. Dit werk was van grote invloed op de beschouwing en onderzoeken naar matriarchale samenlevingsvormen, welke hij vooral met analyses van sagen en mythen draagvlak gaf. Daarbij had hij een categorische verdeling geopperd die gekoppeld werden aan godsdienstige principes en goden.

Bij deze modernere theorieën berust de visie echter enkel op de uitingsvorm van de oude sagen en mythen. Er wordt daarbij geen rekening gehouden met de culturele aspecten van die tijd, en ook nauwelijks moeite gedaan om deze verschijningsvorm te begrijpen. Het bestaan hiervan wordt in de huidige tijd dan ook niet als werkelijkheid gezien. Vanuit het feminisme is men echter wel degelijk overtuigd van dergelijk beschavingen. De moderne opleving ervan bestaat dan ook vooral uit een sterk verlangen naar vervaagde kennis uit lang vervlogen tijden welke gebaseerd waren op rechtvaardigheid, vredelievendheid en wijsheid. Sinds de 20e eeuw, en dan met name in de jaren zestig, wordt er weer een directe link gelegd met de verering van de moedergodin en de sociale status met voorbeelden van vrouwen uit de prehistorie. Dit heeft tevens een raakvlak met het politieke karakter in de samenleving en is evenzo weer aanleiding voor discussie op diverse fronten. Het huidige patriarchale systeem wat de door mannen gedomineerde samenleving vertegenwoordigd, zou vanuit de moedergodinbeweging weer moeten worden teruggedraaid naar de meer gelijke balans zoals bij de matriarchale vorm uit vroegere tijden.

Het fenomeen van godinnen komt voor in de meeste polytheïstische religies en in vele culturen. In de mythologie van volken uit de oudheid is zelfs een veelheid aan godinnen te vinden. Dat de vorm van een matriarchaal bestaan ooit zo zou zijn geweest wordt vooral ook ondersteund door de vele venusbeeldjes welke bij diverse archeologische opgravingen werden gevonden. Deze werden gezien als symbool van de moedergodin. In de destijds overwegend agrarische samenleving, was het aanbidden van moedergodinnen van groot belang. Desondanks wordt vanuit de wetenschap en academische kring dit matriarchale systeem uit de prehistorie niet erkend. De reden hiervoor is dat venusbeeldjes iedere vrouw zouden kunnen symboliseren, en dus niet alleen zou zijn voorbehouden aan godinnen. Het verhaal van een moedergodin vindt vanuit dat perspectief dan ook eerder aansluiting in de sagen en mythes van godinnenverering.

Het begrip matriarchaat of oermatriarchaat blijft evenwel nauw verwant aan het beeld van de Moedergodin, gesymboliseerd door de venusbeeldjes. Afhankelijk van cultuur en samenleving kan dit echter op verschillende manieren worden ingevuld. Binnen de antropologie werd dit tot aan het eind van de 19e eeuw nog breed gedragen. Buiten de antropologie en de algemene wetenschap bleef het idee van godinnen echter bestaan, en werd dit tevens gezien als de voorloper van de opkomst van de wicca stroming in de jaren vijftig. Tot begin jaren zestig werden archeologen en wetenschappers, onder invloed van archeologen Peter Ucko en Andrew Fleming, danig geïnspireerd door het idee van de matriarchale vorm met de samenhang van een moedergodin.

Het werk van archeologe Marija Gimbutas gaf in de jaren zeventig wetenschappelijke geloofwaardigheid aan het geheel, door haar opgravingen van een enorme collectie vrouwelijke artefacten. In 1974 publiceerde zij het werk The Gods and Goddesses of Old Europe. In 1982 vond echter een herpublicatie plaats met ditmaal de omgekeerde titel; The Goddesses and Gods of Old Europe, bedoeld om de hiërarchische verhouding tussen de godinnen en goden nadrukkelijker weer te geven. In de moderne tijd staat het symbolische beeld van een matriarchale vorm voor een maatschappij waarin vrouwen ook op economisch, politiek en maatschappelijk gebied een leidinggevende rol spelen. Het vervullen van een centrale rol in een egalitaire samenleving is daarbij evenwel van essentiële waarde.