Mother Seacole

 

Voor de historische kennis over verpleging is de Schots-Jamaicaanse ‘Mary Jane Seacole’ de andere zeer invloedrijke verpleegster en zakenvrouw uit de 19e eeuw, buiten Florence Nightingale. Zij werd geboren in 1805 te Jamaica, als dochter van een Schotse officier en een Jamaicaanse vrouw. Mary's moeder gaf leiding aan het logement, ‘Blundell Hall’. Een zeer gerespecteerd logement voor militairen in Kingston, dat zij later samen met haar man runde. Mary’s moeder was genezeres, en leerde Mary veel van haar vaardigheden met behulp van traditionele Jamaicaanse kruiden en medicijnen. Al op 12-jarige leeftijd hielp Mary mee, om zieke of gewonde soldaten in het logement te verzorgen.

Van haar moeder leerde Mary verschillende geneeswijzen, en hoe ze deze zieke of gewonde soldaten moest behandelen. Mary Seacole was van jongs af aan een enthousiaste studente, en beschreef later in haar autobiografie dat het heel natuurlijk was dat zij haar moeders gave zou erven. Maar ook dat zij op jonge leeftijd al een verlangen had naar medische kennis, en dit haar in de praktijk nooit in de steek had gelaten. Op haar pop, op katten en honden beoefende zij dikwijls al spelenderwijs de kennis die zij had opgedaan door naar haar moeder te kijken.

Internationale geneeskunst

Op 19-jarige leeftijd vertrok ze uit Jamaica om haar vak internationaal uit te te kunnen oefenen. Zij bezocht daarbij meerdere Caribische eilanden waar ze vele patiënten behandelde. Als jong volwassene reisde Mary met familieleden mee naar Groot-Brittannië, en verbleef daar een tijdje voor studiedoeleinden. Dit was voor haar een mooie kans om ook kennis op te doen over de moderne Europese geneeskunde, ter aanvulling van haar opleiding in traditionele Caraïbische technieken.

Mary Seacole ontpopte zich in de 19e eeuw algauw tot een vastberaden en dynamische vrouw. Zij verwierf bekendheid als een intercontinentaal bereisde persoonlijkheid die veel inspanning verrichtte om nieuwe remedies voor ziekten te vinden. In 1853 keerde Mary terug naar Kingston, waar zij werd uitgenodigd door de medische autoriteiten om toezicht te houden op de verpleging in Up-Park in Kingston. Dit was het hoofdkwartier van het Britse leger waar zij ‘Blundell Hall’, het voormalige logement van haar moeder, reorganiseerde dat na een brand opnieuw werd opgebouwd tot een volwaardig functionerend ziekenhuis ‘New Blundell Hall’.

Etnische profilering in de oorlog

In 1854 reisde Mary af naar Londen en bood bij het Britse oorlogsbureau haar diensten aan om als officieel lid van het verpleegkundig team te worden opgenomen in de Krim. Daar was Groot-Brittannië op dat moment in een oorlog verwikkeld met Pruisen, Oostenrijk en Rusland. Zij werd echter geweigerd, en in haar autobiografie beschrijft zij later dat ze zich realiseerde dat dit kwam omdat ze een ‘gemixte’ vrouw van kleur was. Mary besloot daarom op eigen houtje naar de Krim, nu onderdeel van de Oekraïne, te vertrekken. Zij meldde zich bij Florence Nightingale, die inmiddels met een groep verpleegkundigen de zorg voor gewonde soldaten op zich had genomen. Florence Nightingale zag Mary Seacole echter als competitie. Zij wees haar af, en beschuldigde haar van gebrekkige deskundigheid en het runnen van een bordeel op de Krim.

Mary Seacole liet het daar echter niet bij zitten en richtte bij de Britse oorlogshaven Balaklava, samen met familielid Thomas Day, het ‘British Hotel’ op. Hier bood zij een rustplaats voor zieke, gewonde en herstellende soldaten. Mary werd in die tijd net zo bekend in Groot-Brittannië als Florence Nightingale. Zij was tevens de eerste vrouw die Sebastopol binnenkwam en zeer gewaardeerd werd door de soldaten. Doordat Mary's hotel veel dichter bij het gevechtsgebied lag dan dat van Florence Nightingale, was zij ook in staat om het slagveld te bezoeken en gewonden aldaar te verzorgen. Door haar vriendelijke en innemende houding verwierf Mary Seacole de naam 'Mother Seacole', waar zij heden ten dage nog bekend om staat.

Waardering in Groot-Brittannië

Toen zij na de oorlog met heel weinig financiën terugkeerde naar Groot-Brittannië, publiceerde verschillende kranten brieven van soldaten die Mary prezen en beschreven dat zij hun leven had gered. Oorlogscorrespondent Sir William H Russell, schreef in 1857 in de Times, dat hij erop vertrouwde dat Groot-Brittannië iemand zoals Mary Seacole niet zal vergeten die zich zo voor haar medemens heeft ingezet. De bewondering voor Mary was groot en in 1857 werd een groot inzamelingsgala aan de Theems voor haar gehouden, waar meer dan 80.000 mensen bij aanwezig waren. In hetzelfde jaar publiceerde Mary haar bestseller autobiografie, ‘The Wonderful Adventures of Mrs Seacole in Many Lands’.

Op miraculeuze wijze is de kennis over Mary Seacole toch haast 100 jaar verloren gegaan in de geschiedenis van de zorgsector, en ook werd er van haar medische kennis en ervaring geen gebruik meer gemaakt. Totdat duizenden verpleegsters, het leger en grote bedrijven, het toenmalige parlementslid Lord Clive Soley aanspoorde om geld in te zamelen voor een standbeeld voor Mary Seacole. In 2016 kwam het welverdiende standbeeld er uiteindelijk. Op het terrein van het St Thomas' Hospital, tegenover de Houses of Parliament aan de Londense Southbank werd het feestelijk onthuld. Mary Seacole is hiermee vereeuwigd tot de beroemdste zwarte vrouw uit de zorgsector in het Victoriaanse tijdperk van Groot-Brittannië.